|
| |
Test
naar boven
Ben ik burnout?
Instructie: neem de afgelopen zes maanden in gedachten, je werk en je
priv-leven. Lees de volgende items door en scoor hoe vaak het symptoom op jou
van toepassing is. Wanneer je klaar bent, tel dan de scores op.
Beoordelingsschaal (invullen):
1 = nooit of zelden, 2 = soms
waar, 3 = in de helft van de gevallen waar,
4 = vaak waar, 5 = bijna altijd waar
| 1 |
|
Ik voel me moe, ook al heb ik voldoende slaap gehad.
|
| 2 |
|
Ik ben ontevreden met mijn werk.
|
| 3 |
|
Ik voel me bedroefd zonder dat daar echt een reden voor is.
|
| 4 |
|
Ik ben vergeetachtig.
|
| 5 |
|
Ik ben gerriteerd en val uit tegen mensen.
|
| 6 |
|
Ik vermijd mensen op het werk en in mijn priv-leven.
|
| 7 |
|
Ik heb slaapproblemen, omdat ik me zorgen maak over mijn
werk.
|
| 8 |
|
Ik ben vaker ziek dan vroeger.
|
| 9 |
|
Mijn houding ten opzichte van mijn werk is Waar zou ik me
druk om maken? Ik sta er wat onverschillig tegenover.
|
| 10 |
|
Ik raak vaker betrokken in conflicten.
|
| 11 |
|
Het werk lijdt hieronder.
|
| 12 |
|
Ik gebruik meer alcohol, drugs of kalmerende middelen om mij
beter te voelen. |
| 13 |
|
Met andere mensen communiceren is een bron van spanning.
|
| 14 |
|
Ik kan me niet meer concentreren op mijn werk zoals
voorheen.
|
| 15 |
|
Het werk verveelt me. |
| 16 |
|
Ik werk hard, maar bereik weinig. |
| 17 |
|
Ik voel me gefrustreerd in mijn werk. |
| 18 |
|
Ik zie er tegenop naar het werk te gaan. |
| 19 |
|
Sociale activiteiten putten me uit. |
| 20 |
|
Seks vraagt te veel energie. |
| 21 |
|
In mijn vrije tijd kijk ik voornamelijk TV. |
| 22 |
|
Ik heb weinig om me op te verheugen in mijn werk. |
| 23 |
|
Ik pieker over het werk in mijn vrije tijd. |
| 24 |
|
Mijn gevoelens over mijn werk zitten mij dwars in mijn
persoonlijk leven. |
| 25 |
|
Mijn werk lijkt zinloos. |
|
|
|
| Totaal |
|
|
|
|
|
| Score |
25-50 |
Je doet het goed, maar let op de items waarop je score hoger
is. |
|
51-75 |
Tref preventieve maatregelen. |
|
76-100 |
Je loopt het risico burnout te raken, of als je het geweest
bent: je bent nog niet hersteld. |
|
101-125 |
Je bent burnout aan het raken |
(uit: Omgaan met
burnout C. Karsten. Elmar 1999)
Inleiding
naar boven
Hoe herken je het fenomeen burnout.
Het niet tijdig zelf erkennen van een mogelijk probleem is het grootste
gevaar van de ontwikkeling van een overmatige stress situatie naar een burnout.
Het tijdig herkennen van een langdurige overmatige stress situatie is dus
essentieel omdat, door het weghalen van de stressfactoren, andere inzichten en
aanpassing van je gedrag, een mogelijke burnout situatie voorkomen kan worden.
Extra probleem hierbij is de soms
glijdende overgang van:
 |
spanning: incidentele verstoring van het evenwicht belasting en
belastbaarheid (positief) |
 |
stress: permanente verstoring evenwicht, maar herstel bij wegnemen
oorzaak (negatief) |
 |
burnout: geen spontaan herstel. |
De volgende symptomen van het lijden
onder stress zijn te beschouwen als vroegtijdige waarschuwingssignalen (Krimpen
1989):
 |
Concentratieproblemen;
lezen gaat steeds moeilijker omdat men de tekst niet kan onthouden en deze
niet echt meer opgenomen wordt.
|
 |
Toename van
vergeetachtigheid; het maken van notities wordt noodzakelijk.
|
 |
Emotionaliteit; b.v.
snel ontroerd, driftig, blij of teleurgesteld zijn. Dus grote schommelingen
in stemming.
|
 |
Besluiteloosheid;
het wordt moeilijk om hoofd- van bijzaken te onderscheiden.
|
 |
Slaapproblemen; je
hebt inslaap- en/of doorslaap problemen of je wordt regelmatig badend in het
zweet en angstig wakker.
|
 |
Meer fouten maken;
doorgaans zul je meer uren werken om het werk af te krijgen, kans op het
maken van fouten wordt hierdoor steeds groter.
|
 |
Lusteloosheid; je
kunt jezelf steeds minder tot handelen aanzetten. Geen zin en energie meer
om 's morgens naar het werk te gaan.
|
 |
Cynisme; afzetten
en onverschilligheid naar je werk en in de priv situatie. |
 |
Toenemende
onzekerheid; je gaat je steeds meer minderwaardig voelen. |
 |
Seksuele
problemen; geen zin en/of impotentie. |
Enkele
andere psychische en/of lichamelijke klachten, vanuit het perspectief dat stress
merkbaar is in het gedrag, zijn:
 |
Veranderingen in
het gedrag; in energie, in sociaal opzicht en in openheid.
|
 |
Veranderingen in de
manier van praten; in tempo, samenhang en in overtreffende trap
|
 |
Versmalling;
storten in de diepte en beperking in de breedte, je stort je nog meer op je
taak en vergeet hierdoor aandacht te geven aan andere zaken (sociale
contacten, hobbys etc.).
|
 |
Verminderde
lichamelijke conditie; snel moe zijn, vaak verkouden en grieperig of
hoofdpijn.
|
 |
Vermeerdering
aantal werkuren; nog meer tijd besteden aan je werk om de opgelopen
achterstand door disfunctioneren in te halen. |
Indien
bovenstaande signalen en klachten herkenbaar zijn, neem dan enige afstand van de
stressfactor(en) en bedenk of je deze situatie wilt voort zetten en of je het er
voor over hebt en door wilt gaan op deze destructieve manier. Een gesprek met je
partner, manager, de huisarts of de bedrijfsarts kan hierbij zeer zinvol
zijn.
Luister goed naar je eigen gevoel, de omgeving en ga diep nadenken over de
signalen vanuit je omgeving en maak dan bewuste goede keuzes voor jezelf. Maak
jezelf sterker door anders om te gaan met stress.
Wat is
burnout?
naar boven
Emotionele
uitputting, ongewone vermoeidheid, een cynische of afstandelijke werkhouding en
het gevoel minder competent te zijn.
Klachtenprofiel naar boven
1. Gedrag
 |
hyperactiviteit |
 |
neiging tot agressief en gewelddadig gedrag |
 |
veel consumptie van koffie, tabak, alcohol, drugs |
 |
te veel of te weinig eten |
 |
accident prone (sneller dan anders of anderen last hebben van kleine
ongelukken) |
 |
gevaarlijke hobbys zoals deltavliegen of exotische vakanties (op zoek
naar steeds meer prikkels) |
 |
terugtrekken |
 |
cynische opmerkingen maken |
 |
slaapproblemen |
2. Gevoel
 |
irritatie |
 |
gevoelens van frustratie |
 |
woede en wrok |
 |
onberedeneerde angsten |
 |
achterdocht |
 |
hopeloosheid |
 |
hulpeloosheid |
 |
machteloosheid |
3. Waarneming van het lichaam
 |
hoofdpijn |
 |
misselijkheid |
 |
pijnlijke spieren |
 |
slaapproblemen |
 |
duizelingen |
 |
verhoogde arousal (op scherp staan) |
 |
rusteloosheid |
 |
nerveuze tics |
 |
vermoeidheid |
4. Gedachten
 |
dagdromen en fantaseren, ontsnappen aan de werkelijkheid |
 |
angstgedachten, bijvoorbeeld: ik kan me niet meer concentreren; ik kan geen
beslissingen meer nemen; ik kan niets meer onthouden; er komt niets meer uit
mijn handen; wat ik ook doe, het haalt niets uit, het komt nooit meer goed |
 |
negatieve gedachten over zichzelf: ik ben waardeloos, ik deug niet, ik kan
niets, ik ben een wrak |
 |
achterdochtige gedachten zoals: achter mijn rug om wordt alles besloten, ze
zagen de poten onder mijn stoel vandaan |
 |
agressieve gedachten zoals: ik word uitgebuit door mijn werkgever, ik haat
mijn werk, ze kunnen me de boom in |
 |
zelfopofferinggedachten: ik offer me wel weer op als niemand hier zich
verantwoordelijk voelt voor het werk |
 |
perfectionistische gedachten: ik kan het verslag pas inleveren als ik zeker
weet dat er geen fout in staat. Als ik een fout maak is het helemaal mis,
deug ik niet, word ik ontslagen. |
5. Beelden
 |
ik zak als een mislukte gelatinepudding in elkaar, mijn lichaam voelt als
lood, ik zit als een zoutzak op de bank, ik beland in de goot, ik ben altijd
de pispaal |
6. Interpersoonlijke relatie
 |
conflicten op het werk en met de partner of andere leden uit het gezin |
 |
terugtrekking uit sociale activiteiten |
 |
verminderde belangstelling voor de omgeving |
7. Fysieke toestand
 |
maagzweren, darmverstoppingen |
 |
verhoogde arousal |
 |
versnelde hartslag of ademhaling, hyperventilatie, menstruatie- en
potentiestoornissen |
 |
chronisch gevoel van uitputting |
 |
verhoogd cholesterolgehalte |
 |
verhoogde bloeddruk |
 |
hoofd-, nek- en rugklachten |
 |
huidaandoeningen zoals eczeem |
Model burnout - MMT naar boven
Cirkel I
cognitieve cirkel, leidend tot frustratie, verdriet en boosheid
Cirkel II
somatische cirkel, leidend tot stressklachten
Cirkel III
interpersoonlijke verliescirkel leidend tot sociaal isolement
Cirkel IV
kortetermijnwinst, spanningsvermindering, op den duur leidend tot
negatief zelfbeeld (een negatieve innerlijke waarneming)
Cirkel V
kortetermijnwinst, interpersoonlijk, door bijvoorbeeld aandacht vanuit de
organisatie, op den duur leidend tot negatieve waarneming van situatie (de
organisatie doet nooit genoeg)
Persoonlijke aspecten
naar boven
Stresstest: Persoonlijkheid en werk
Uw eigenschappen en vaardigheden kunnen een belemmering of juist een bescherming
vormen voor uw functioneren. Hoe zit u in uw werk? Dat wil zeggen: hoe is uw
houding tegenover uw taken en uw collegas? Bent u een betrokken persoon? Hoe
belangrijk is presteren voor u? Deze en andere items vindt u hieronder.
Antwoordmogelijkheden: juist, onjuist
-
Ik heb over het algemeen het gevoel, dat ik mijn werkzaamheden onder
controle heb.
-
Binnen de mogelijkheden van de organisatie, waar ik werk, heb ik het gevoel,
mijn ambities te kunnen realiseren.
-
Ik ben gezond betrokken bij mijn werkzaamheden (taken);
d.w.z. ik ben niet
overmatig betrokken maar ook niet te weinig.
-
Ik ben gezond betrokken bij de organisatie waar ik werk, maar niet
overmatig. (NB: Overmatige betrokkenheid bij de organisatie uit zich
bijvoorbeeld in veel vrije tijd steken in activiteiten waarvoor u zich inzet
op uw werk, bijvoorbeeld een ondernemingsraad. Maar het kan ook gaan om het
organiseren van evenementen, waar u geen werktijd voor terug krijgt (of wel
krijgt maar niet vraagt). Er is sprake van te weinig betrokkenheid bij uw
organisatie als u zich over het algemeen nauwelijks op de hoogte stelt van
de ontwikkelingen, die er in uw organisatie gaande zijn).
-
Ik zie duidelijk het nut in van mijn werk.
-
Ik vind, dat verandering een kern is van mijn werk. Dat wil zeggen, dat ik
me flexibel opstel in nieuwe situaties.
-
Over het algemeen ben ik zo prestatiegericht, dat ik daarmee eigenlijk
regelmatig over de grenzen ga van mijn eigen kunnen.
-
Ik heb bijna continu het gevoel onder tijdsdruk te staan, ook als dat
objectief gezien wel meevalt.
-
Ik ben competitief ingesteld,
d.w.z. ik meet mijzelf steeds aan anderen.
-
Een conflict op het werk ervaar ik pas als stressvol, als ik er zelf direct
bij betrokken ben.
Stresstest: Coping - omgaan met stress
naar boven
Hoe u met een stressvolle situatie omgaat, wordt bepaald
door twee factoren. Op de eerste plaats uw inschatting: is een situatie
bedreigend of juist een uitdaging? Ten tweede: (als de situatie bedreigend is):
beschikt u over de mogelijkheden (vaardigheden, middelen, steun, enz.) om iets
aan die dreiging te doen? Oftewel: bent u in staat om adequaat om te gaan met
stressvolle situaties?
Antwoordmogelijkheden: juist, onjuist
-
Het komt regelmatig voor, dat ik thuis over het werk
loop te piekeren.
-
Iemand komt niet op een belangrijke werkbespreking. Je
gedachten: hij vindt mijn werk waarschijnlijk niet belangrijk genoeg.
-
Ik communiceer op mijn werk meestal op een assertieve manier, d.w.z.: in
mijn verbaal en non-verbaal gedrag respecteer ik de grenzen van mezelf en
van de ander.
-
Over het algemeen accepteer ik bij stresspieken snel de ondersteuning van
mijn directe collegas.
-
Over het algemeen accepteer ik bij stresspieken snel de ondersteuning van
mijn directe leidinggevende.
-
Als er sprake is van langdurige tijdsdruk en ik heb het gevoel, het niet aan
te kunnen, uit ik dat bij de betreffende.
-
Als ik over twee dagen iets af moet hebben en er komt nog een nieuwe klus
bij, die morgen af moet, maar net iets minder belangrijk is, zet ik alles in
op de taak van overmorgen en probeer ik voor de opdracht van morgen iets
anders te regelen (bijvoorbeeld delegeren, als dat kan).
-
Als ik merk, dat de doelen, die ik mij gesteld heb in mijn taken voor de
komende periode, niet realistisch zijn, zal ik proberen deze doelen bij te
stellen.
-
Bij stresspieken ben ik in eerste instantie geneigd de spanning te reduceren
door meer te gaan roken en/of koffie drinken en/of een babbel te maken met
mijn collegas. Voordat ik de feiten onder ogen zie, ben ik al een flinke
tijd bezig de druk van de ketel te halen
-
Als zich een situatie voordoet, die na pogingen en beraad onoplosbaar blijkt
te zijn, leg ik me daar bij neer.
Biografische
factoren naar boven
 |
fase loopbaan
|
 |
alleenstaanden
|
 |
geen kinderen
|
 |
hoge opleiding
|
 |
vrouwen
|
Hoge
verwachtingen
Verborgen
patronen:
 |
parentificatie:
zorg voor de ander met voorbijgaan aan eigen behoeften
|
 |
narcistisch
conflict: overdreven tegen een ander afzetten, contactprobleem
|
 |
aangeleerde
hulpeloosheid: ongezonde (passieve) coping
|
Sociale ondersteuning (collegas!)
Psychosociale stressfactoren
: van ernstig (100) naar minder ernstig (36)
| Dood van een partner |
100 |
| Echtscheiding |
73 |
| Scheiding van tafel en bed |
65 |
| Gevangenisstraf |
63 |
| Dood van naaste familie |
63 |
| Persoonlijke verwonding of ziekte |
53 |
| Huwelijk |
50 |
| Ontslag |
47 |
| Huwelijksverzoening |
45 |
| Pensioen |
45 |
| Verandering in gezondheid familielid |
44 |
| Zwangerschap |
40 |
| Seksuele problemen |
39 |
| Gezinsuitbreiding |
39 |
| Grote aanpassingen op het werk |
39 |
| Verandering in financile situatie |
38 |
| Dood van een goede vriend |
37 |
| Verandering van werk |
36 |
| Ruzies met huwelijkspartner |
36 |
Werkgerelateerde aspecten
naar boven
In welke mate veroorzaakt je werk burnout?
Instructie: beoordeel hoe vaak iedere situatie je hindert
in je werk. Gebruik een schaal van 1 tot 9 om de situaties te beoordelen, de
score 1 betekent zeldzaam, score 9 constant. Tel de scores op voor een
totaalscore.
|
|
Machteloosheid |
| 1 |
|
Ik kan de problemen die mij worden toegewezen niet
oplossen. |
| 2 |
|
Ik zit klem in een baan zonder vooruitzichten. |
| 3 |
|
Ik ben niet in staat beslissingen die mij
benvloeden op te lossen. |
| 4 |
|
Ik word misschien ontslagen en daar kan ik niets aan
doen. |
|
|
Inadequate informatie |
| 5 |
|
De reikwijdte en de verantwoordelijkheden van mijn
baan zijn mij niet duidelijk. |
| 6 |
|
Ik heb niet de informatie die ik nodig heb om het
goed te doen. |
| 7 |
|
Mensen met wie ik werk begrijpen niet wat mijn rol in
het geheel is. |
| 8 |
|
Ik begrijp het doel van mijn werk niet.
|
|
|
Conflict |
| 9 |
|
Ik zit er middenin. |
| 10 |
|
Ik moet aan conflicterende vragen tegemoet komen.
|
| 11 |
|
Ik ben het niet eens met mensen op het werk. |
| 12 |
|
Ik moet procedures aan mijn laars lappen om het werk
voor elkaar te krijgen |
|
|
Ondermijnende collegiale verhoudingen |
| 13 |
|
Collegas ondermijnen me. |
| 14 |
|
De leiding trekt sommige mensen voor. |
| 15 |
|
Machtspolitiek hindert me in de uitoefening van mijn
werk. |
| 16 |
|
Mensen concurreren met elkaar in plaats van samen te
werken. |
|
|
Overbelasting |
| 17 |
|
Mijn werk belast mij in mijn priv-leven. |
| 18 |
|
Ik heb teveel te doen en te weinig tijd om het te
doen. |
| 19 |
|
Ik moet mijn werk mee naar huis nemen. |
| 20 |
|
De hoeveelheid werk die ik heb oefent een negatieve
invloed uit op de kwaliteit van mijn werk. |
|
|
Verveling |
| 21 |
|
Ik heb te weinig te doen.
|
| 22 |
|
Ik ben overgekwalificeerd voor het werk dat ik doe. |
| 23 |
|
Mijn werk is niet uitdagend. |
| 24 |
|
Het grootste gedeelte van mijn tijd besteed ik aan
routinezaken. |
|
|
Slechte feedback |
| 25 |
|
Ik weet niet wat ik goed of fout doe. |
| 26 |
|
Ik weet niet wat mijn baas vindt van mijn werk. |
| 27 |
|
Ik krijg informatie te laat om ernaar te handelen. |
| 28 |
|
Ik zie geen resultaten van mijn werk. |
|
|
Straf |
| 29 |
|
Mijn baas is kritisch. |
| 30 |
|
Iemand anders strijkt met de eer van mijn werk. |
| 31 |
|
Mijn werk wordt niet gewaardeerd. |
| 32 |
|
Ik krijg de schuld van andermans fouten. |
|
|
Vervreemding |
| 33 |
|
Ik ben gesoleerd van de anderen. |
| 34 |
|
Ik ben slechts een miniem radertje in de gehele
organisatie. |
| 35 |
|
Ik deel niet veel met mijn collegas. |
| 36 |
|
Ik vermijd mensen te vertellen waar ik werk of wat ik
doe. |
|
|
Tweeslachtigheid |
| 37 |
|
De regels veranderen continu. |
| 38 |
|
Ik weet niet wat er van mij verwacht wordt. |
| 39 |
|
Er is geen relatie tussen hoe ik werk en het succes
van mijn werk. |
| 40 |
|
Prioriteiten die ik moet stellen, zijn voor mij
onduidelijk. |
|
|
Gebrek aan beloning |
| 41 |
|
Mijn werk geeft geen voldoening. |
| 42 |
|
Ik heb weinig echte successen. |
| 43 |
|
Mijn carrireprognose is niet uitgekomen. |
| 44 |
|
Ik krijg geen respect. |
|
|
Waardeconflict |
| 45 |
|
Ik moet sjoemelen met mijn waarden. |
| 46 |
|
Mensen keuren af wat ik doe. |
| 47 |
|
Ik geloof niet in de instelling/organisatie. |
| 48 |
|
Mijn hart ligt niet in mijn werk. |
|
|
|
| Totaal |
|
|
|
|
Je risico op burnout: |
| Score |
48-168
|
Laag risico: neem preventieve actie. |
|
169-312
|
Gemiddeld: ontwikkel een plan om probleemgebieden aan
te pakken. |
|
313-432
|
Hoog: correctieve actie is noodzakelijk. |
(uit: Omgaan met
burnout C. Karsten. Elmar 1999)
-
Werksoort
-
Werksfeer:
interpersoonlijk contact
-
Onduidelijkheid:
rolconflict (verwachtingen), rolambiguteit (wijze van functie vervullen)
-
Werkdruk:
roloverlading kwalitatief kwantitatief
-
Werkvooruitzichten
-
Bazenstress
-
Seksuele
intimidatie
-
Pesten
-
Multiculturaliteit
Gevolgen stress/burnout
naar boven
Hormoonspiegels
Schade-herstel
balans
Afweersysteem
Hersenweefsel
Stress
heeft invloed op het lichaam, dat blijkt onder andere uit onderzoeken naar hart-
en vaatziekten. Erfelijkheid is voor 50% de veroorzaker en voeding voor 5 tot
10%. Stress heeft ook invloed op het cholesterolgehalte.
Bij stress geven de hersenen een signaal af aan de
bijnieren om adrenaline aan te maken. Adrenaline is een noodzakelijk hormoon.
Het is het hormoon dat het lichaam voorbereidt op een bedreigende situatie. De
brandstof reserves worden aangesproken, waardoor vetzuren in de bloedcirculatie
worden opgenomen. De spieren worden opengezet, de hartslag gaat fors omhoog en
het lichaam is gereed om te vechten of te vluchten. Vechten en vluchten doen we
normaal gesproken sinds lange tijd niet meer. De vetzuren die als brandstof
bedoeld waren, blijven dus in de bloedcirculatie zitten, met als gevolg een
verhoging van het cholesterolgehalte. Uiteraard gebeurt dit niet als je n
keer gestresst bent. Het lichaam kan veel hebben en zal zich na een tijd weer
herstellen.
Het probleem begint echter met een voortdurende
aanmaak van het stress en stofwisselingshormoon adrenaline. Bij langdurige
overmatige stress gaat het lichaam o.a. ook cortisol aanmaken. Dit is een ander
stresshormoon dat bedoeld is om de heftig werking van adrenaline af te remmen.
Als het adrenalinesysteem namelijk de kans zou krijgen zijn gang te gaan
zou het lichaam binnen de kortste keren alle reserves consumeren en het lichaam
letterlijk kunnen bezwijken. Het schadelijke van chronische stress is dat het
energievretende adrenalinesysteem, door een permanent verhoogd cortisol-niveau,
chronisch wordt afgeremd. Dit kan grote schade aan het lichaam kunnen
veroorzaken.
Bij
burnout kan hierdoor het immuunsysteem aangetast worden.
Ook
het hersendeel dat een belangrijke rol speelt bij stress, de hippocampus, is
gevoelig voor cortisol. De hippocampus is onderdeel van het limbisch systeem,
ook wel de emotionele hersenen genoemd en heeft een dubbelfunctie. De
hippocampus speelt een rol in het geheugen in het algemeen, maar specifiek in
het geheugen voor stress-situaties. Hierdoor herken je direct of een bepaalde
situatie mogelijk bedreigend is en kun je snel beslissen wat je er aan kunt
doen. Verder regelt de hippocampus dat er niet teveel of te weinig
cortisolhormoon in het lichaam wordt aangemaakt. Dit gebeurt via het zogenaamde
feedback-mechanisme. Zodra cortisol de hippocampus bereikt, gaat er een signaal
naar de bijnieren dat de productie kan worden gestaakt. Als dit
feedback-mechanisme voortdurend in actie moet komen (bij stress), raakt het
ongevoelig voor die signalen. Het gevolg hiervan is dat het cortisolgehalte
in het bloed te hoog of te laag wordt. De hippocampus kan aangetast worden,
waardoor soms iemand niet meer voor 100% zal herstellen.
Doorbreken burnout
naar boven
Therapieplan
Eerste stap
Waarnemen waarschuwingssignalen
 |
Vragenlijst: Ben ik burnout? |
 |
Vragenlijst: In welke mate veroorzaakt je werk burnout? |
Tweede stap
Interpretatie signalen burnout door therapeut en client
 |
bijhouden stresslogboek |
 |
MMT-model invullen |
Derde stap
Onderzoek persoonsgebonden factoren
 |
Parentificatie |
 |
narcistische pantsering |
 |
aangeleerde hulpeloosheid |
Onderzoek werkgerelateerde factoren
 |
grootste knelpunt |
 |
disfunctioneren leidinggevende |
 |
werkdruk |
Vierde stap
Opstellen persoonlijk actieplan
 |
stellen doelen |
 |
hoe te bereiken |
Vijfde stap
Evaluatie, eventueel eerdere stappen opnieuw beoordelen
Gefaseerde planning van individuele activiteiten
naar boven
Fase 1
 |
Fysiek herstel, ongeveer 4 weken |
 |
Herstellen balans activiteit en herstel |
 |
Leefregels |
 |
Zelfregulering energie en motivatie |
Fase 2
 |
Activatie, vanaf 4 weken tot 12 weken, of bij
aanhoudende depressieve klachten langer |
 |
Doelen revitalisering: welke inspanningen neem je je
voor |
 |
Zelfregulering |
Fase 3
 |
Cognitieve training en start werkhervatting op
arbeidstherapeutische basis, vanaf ongeveer 3 maanden |
 |
Uitbreiden activiteiten |
 |
Verbeteren zelfbeeld |
 |
Werkhervattingplan in overleg met personeelszaken en
leidinggevende |
Fase 4
 |
Rentegratie vanaf ongeveer 4 maanden |
Fase 5
 |
Terugvalpreventie, vanaf ongeveer 5 maanden |
Specifieke interventies voor preventie, herstel en rentegratie
naar boven
Fysiek herstel (7)
Cirkel II
 |
sporten/fitness |
 |
ontspanningsoefeningen |
 |
gezonde leefgewoontes |
Veranderen werkattitude (1)
Cirkel II en III
 |
vermijd overwerk en zorg, als je overwerkt, voor hersteltijd |
 |
neem noodmaatregelen |
 |
geef prioriteiten aan in je werk |
Emotioneel herstel (2)
Cirkel I
 |
elke dag iets leuks doen |
 |
houd een dagboek bij |
 |
houd een stresslogboek bij |
 |
train stressbestendigheid |
Cognitieve training (4)
Cirkel I
 |
vervang hulpeloze gedachten door helpende |
 |
RET |
Imaginatie training (4/5)
Cirkel I en III
 |
Zelfwaarderingoefeningen |
 |
Zelfinzicht door kernkwadrantenanalyse |
Training sociale vaardigheden en assertiviteit (6)
Cirkel III
 |
oefenen sociale vaardigheden |
Tenslotte 10
tips om even bij te tanken
naar boven
- Nooit
haasten
- Geen
twee dingen tegelijk doen
- Hou
alles kort
- Vertraag
je tempo
- s
Avonds opslomen
- Veel
wandelen
- Sista
houden
- Hou
op met denken
- Leef
alleen nog maar met je zintuigen
- Doe
alleen dingen waar je zin in hebt
naar boven

|